KENNISCENTRUM SOCIALE INNOVATIE BEN FRUYTIER (1950 - 2014) LECTOR ORGANISATIECONFIGURATIES EN ARBEIDSRELATIES

Talentmanagement op universiteiten

Een promotieonderzoek van Marian Thunnissen (2011-2015)

Promotor: Prof. dr. P. Boselie, Universiteit Utrecht.

Copromotor: Dr. B. Fruytier, Radboud Universiteit Nijmegen en Hogeschool Utrecht.

Wat is talentmanagement precies? Hoe geef je dat vorm binnen een universiteit? En wat zijn de factoren die maken dat het beleid effectief is? Dat zijn de vragen die Marian Thunnissen onderzoekt in het kader van haar promotie aan de Universiteit Utrecht. Marian is als senior onderzoeker verbonden aan het lectoraat Organisatieconfiguraties en Arbeidsrelaties. Eind 2014 rondt ze haar promotieonderzoek af. 

Talentmanagement is al een aantal jaren een belangrijk thema voor bestuurders van Nederlandse universiteiten. Dit komt enerzijds doordat veel excellente medewerkers de universiteit in de komende jaren zullen verlaten omdat zij met pensioen gaan. Tegelijkertijd zijn er minder financiële middelen om nieuwe talenten aan te trekken en te behouden. Bovendien geldt voor een aantal faculteiten dat de concurrentie met het bedrijfsleven en met andere universiteiten groot is: allemaal willen ze de beste medewerkers in huis hebben én houden.

Talentvolle medewerkers aannemen en ontwikkelen
De vraag is nu welke talentstrategie zij het best kunnen kiezen: welk beleid is succesvol als het gaat om de instroom, ontwikkeling en uitstroom van talentvolle medewerkers? Dat is een kwestie die weliswaar in de belangstelling staat, maar wetenschappelijk nog betrekkelijk weinig is onderzocht. Het onderzoek dat wel is gedaan, is voornamelijk theoretisch en gericht op het bedrijfsleven. Marian Thunnissen brengt daar verandering in. Haar onderzoek onderscheidt zich door de empirische component en de focus op universiteiten.

Literatuurstudie
Het onderzoek bestaat uit vier delen. In de eerste en tweede fase heeft Marian literatuurstudie gedaan naar talentmanagement in algemene zin en naar de ontwikkelingen op dit gebied binnen Nederlandse universiteiten. Daarbij richtte ze zich onder meer op de volgende vragen:

  • Wat is talentmanagement precies?
  • Wat moet/kan talentmanagement opleveren?
  • Welke activiteiten ondernemen organisaties om dat doel te bereiken?
  • Wat zijn de behoeften van medewerkers als het gaat om talentmanagement?
  • Welke krachten komen er van binnen en buiten op de universiteiten af en welke invloed hebben die op het talentbeleid?

Empirisch onderzoek
De derde fase bestaat uit een empirisch onderzoek binnen vijf Nederlandse universiteiten. Daarin staan de volgende vragen centraal:

  • Wat wordt er binnen deze universiteiten verstaan onder talentmanagement?
  • Welk beleid hebben de universiteiten ontwikkeld, gericht op de in-, door- en uitstroom van talentvolle medewerkers?
  • Wat zijn de opbrengsten van talentmanagement vanuit het oogpunt van de organisatie?
  • Wat zijn de opbrengsten van talentmanagement vanuit het oogpunt van de medewerker?

Marian maakt hierbij gebruik van het datamateriaal dat verzameld is bij het onderzoek naar jongetalentenbeleid op Nederlandse universiteiten, dat het lectoraat in 2009/2010 heeft uitgevoerd. In dit onderzoek zijn casestudies verricht binnen vijf Nederlandse universiteiten. Voor haar promotieonderzoek bezocht Marian de universiteiten opnieuw en onderzocht ze middels gesprekken en enquêtes wat er sinds 2010 is gebeurd op het gebied van talentmanagement, wat dit beleid heeft opgeleverd en wat hierin de succesfactoren waren.

Proefschrift en artikelen
De laatste fase van het onderzoek bestaat uit de analyse van de resultaten en het trekken van conclusies. Het onderzoek mondt uit in een proefschrift en een aantal artikelen in vaktijdschriften. Overigens heeft Marian al diverse artikelen gepubliceerd en presentaties gehouden over dit onderwerp. Deze zijn te vinden op haar publicatielijst.
 

meer informatie