KENNISCENTRUM SOCIALE INNOVATIE BEN FRUYTIER (1950 - 2014) LECTOR ORGANISATIECONFIGURATIES EN ARBEIDSRELATIES

Verbetering inductiefase beginnende leraren

Elk jaar starten er tientallen nieuwe leraren in het voorgezet onderwijs. Helaas blijkt uit onderzoek dat een groot aantal van hen binnen vijf jaar uitvalt. Dat kost de scholen niet alleen veel geld, maar gaat ook ten koste van de kwaliteit van het onderwijs en het imago van het leraarschap. De vraag is wat de belangrijkste oorzaken zijn van deze uitval en wat de scholen eraan kunnen doen. Die vraag stond centraal in het onderzoek ‘Verbetering inductiefase beginnende leraren’, dat het lectoraat in 2012-2013 uitvoerde.

We richtten ons in dit onderzoek op de middelbare scholen in de regio Utrecht. Deze scholen krijgen de komende jaren te maken met een grote uitstroom van leraren die met pensioen gaan. Daarom is het voor hen belangrijk om nieuwe leraren aan te trekken en te behouden. Een goed inductieprogramma kan daaraan bijdragen. Onder inductie verstaan we een samenhangend programma dat gericht is op de ontwikkeling van beginnende leraren in de eerste jaren van hun loopbaan. In dit project hebben we onderzocht in hoeverre de Utrechtse scholen zo’n programma hebben en hoe zij dit kunnen verbeteren om uitval van docenten te voorkomen.

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Het project bestond zowel uit een kwantitatief als een kwalitatief onderzoek. In het kwantitatieve onderzoek hebben we cijfers verzameld over de uitval van beginnende leraren op de Utrechtse scholen. Het kwalitatieve onderzoek bestond uit literatuurstudie en interviews met zittende en reeds vertrokken leraren, met leidinggevenden, P&O’ers en bestuurders. Daarnaast zijn er twee leerwerkgroepen opgezet met docentcoaches, die vanuit hun praktijk kennis met elkaar deelden en ontwikkelden. De combinatie van hun bevindingen en de inzichten uit het onderzoek hebben geleid tot een rapportage die in mei 2013 is gepresenteerd.

Uitval niet als probleem erkend
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is, dat de uitval van beginnende leraren in de regio Utrecht behoorlijk groot is: gemiddeld 43% van de leraren in het voortgezet onderwijs verlaat de school in de eerste vijf jaar van hun aanstelling. Daarvan vertrekt gemiddeld 54% op eigen initiatief. Ondanks dit hoge percentage lijken de scholen zich weinig bewust te zijn van de ernst van het probleem. Uitval hoort er gewoon bij, zo hoorden we in onze interviews. Ook worden de cijfers slecht geregistreerd en houden de scholen vrijwel nooit exitgesprekken. Daardoor is er intern weinig bekend over de omvang, redenen en kosten van het verloop. Mede daardoor wordt het probleem mogelijk in stand gehouden.

Inductiebeleid kan beter
De onbekendheid met het probleem is wellicht ook de oorzaak van het gebrekkige inductiebeleid op de scholen. Weliswaar besteedt elke school aandacht aan de begeleiding van nieuwe leraren, maar deze begeleiding is niet ingebed in een gestructureerd en samenhangend inductieprogramma. Uit de literatuur en de interviews blijkt dat begeleiding zonder deze inbedding niet effectief is. Daarnaast blijkt de begeleiding te weinig toegespitst te zijn op de wensen en behoeften van de betreffende leraren en wordt er volgens hen te weinig gebruikgemaakt van instrumenten als lesobservaties, intervisie en feedback.

Leven Lang Leren
Tot slot blijkt uit het onderzoek dat het inductietraject op de scholen vaak slechts één jaar duurt. Een inductieprogramma is echter pas werkelijk succesvol als het deel uitmaakt van een ontwikkelingsprogramma dat gericht is op alle leraren gedurende hun hele loopbaan. Zo’n Leven Lang Leren-programma draagt bij aan een hoogwaardige professionele cultuur, aan de kwaliteit van de leraren en het onderwijs, aan de werktevredenheid en het toekomstperspectief. Daarom is onze belangrijkste aanbeveling voor de Utrechtse scholen om een systematisch, en liefst schooloverstijgend, Leven Lang Leren-programma te ontwikkelen, waarvan het inductieprogramma de eerste stap is. Dit vraagt van de scholen om zich te ontwikkelen tot lerende organisaties, waarin op alle niveaus kennis wordt gedeeld en ontwikkeld.

Plan van aanpak
Zoals gezegd hebben we dit onderzoek in mei 2013 afgerond. Daarna hebben we op basis hiervan een plan van aanpak voor de Utrechtse scholen opgesteld. Doel van dit plan is om de uitval van beginnende docenten te verminderen door de implementatie van een regiobreed inductieprogramma. Het is aan de scholen zelf om dit plan te gaan uitvoeren. Tegelijkertijd vindt er een praktijkonderzoek plaats, waarin de werking van het programma wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Uiteindelijk moet dit uitmonden in een handboek dat alle scholen in Nederland kunnen gebruiken.

Project Aantrekkelijker Scholen
Dit onderzoek maakte deel uit van het project Aantrekkelijker Scholen, dat wordt uitgevoerd in opdracht van het Regionaal Platform Onderwijsarbeidsmarkt Utrecht vo/mbo. Dit project heeft tot doel om de middelbare scholen in de regio Utrecht aantrekkelijker te maken voor zowel potentiële docenten als zittende leraren. Op de website www.utrechtsekansen.nl leest u meer over dit project.

Publicaties
Fruytier, B., L. Goorhuis, N. Montesano Montessori (2013), Project Aantrekkelijker Scholen. Deelproject 1: Verbetering inductiefase beginnende leraren. Utrecht: Hogeschool Utrecht. 

Project Aantrekkelijker Scholen regio Utrecht. Tussenrapportage 1 (2013). Utrecht: Regionaal Platform Onderwijsarbeidsmarkt Utrecht vo/mbo.

Onderzoekers

  • Ben Fruytier (projectleider)
  • Lotte Goorhuis
  • Nicolien Montesano Montessori

Meer informatie